Het is vandaag, 11 oktober, Nationale Coming Out Dag. Een dag waarin we de vrijheid vieren om jezelf te kunnen zijn. Al vind ik het woord vieren misschien wel iets te blij, want waarom is zo’n dag eigenlijk nodig? Het zou toch veel mooier zijn als zo’n dag helemaal niet nodig was? Als niemand hoefde na te denken over het moment waarop je vertelt wie je bent of van wie je houdt.
Tijdens het lezen over deze dag en wat het inhoudt, heb ik geleerd dat een coming-out niet een eenmalig moment is. Het is juist iets dat vrijwel elke dag terugkomt. Nieuwe mensen en nieuwe situaties kunnen betekenen dat je steeds opnieuw iets over jezelf vertelt wat een ander nooit hoeft uit te leggen. En omdat de veiligheid om ‘uit de kast te zijn’ nooit vanzelfsprekend is.
Ik schreef hiervoor dit gedicht.
Verstoppertje
Ik loop door je huis
Op zoek naar jou
Kijk achter gordijnen
Achter de bank
Of je daar echt zitten zou
Ik loop naar boven
Kijk in het bad
Zoek achter het bed
Vind de kat
In het raamkozijn
Maar, waar ben jij?
Ik roep je naam
Je zegt niets, blijft stil
Kijk door het raam
Maar zie niet veel
Jouw buitenwereld is zwart wit
In je slaapkamer vind ik een kast
Voel je warmte, terwijl ik tast
Naar een knop
Ik voel niets, het hout is glad
Even dacht ik dat
Ik je gevonden had
Ik roep je naam
Hoor geklop
Ga naar een kamer
Vind een prop
Papier met daarop geschreven
Niet hier
Is het echt waar?
Is het een list?
Open voor de zekerheid
De dekenkist
Niet hier
Ren door je huis
Ongeduldig en bang
Maar jij zoekt jezelf al jaren
Jaren te lang
Nog één keer je naam
Ik hoor een klein kraakje
Als ik weer in je slaapkamer sta
Een klap op hout
Gekraak en gescheur
Hout dat barst
Dan opent de deur
Je komt uit de kast
Gevonden




