Het zijn de woorden van de schrijver Adriaan van Dis in een interview met De Groene Amsterdammer. Het is een zin waar ik me ontzettend in kan vinden – én om kan glimlachen.
Het is zo’n zin waarvan je denkt: had ik ‘m maar bedacht.
Ik kreeg pas geleden tijdens een plaatselijke poëzieavond (daar schrijf ik misschien in de toekomst iets over) de vraag hoe het ging met mijn nieuwe boek.
‘Goed’, zei ik.
‘Ik vind het knap hoe je het allemaal verzint,’ zei de ander. ‘Hoe doe je dat toch?’
‘Geen idee… ik doe maar wat.’
‘Dat kan niet. Niemand doet zomaar iets.’
Ik nam een slok van de huiswijn, die pas na het derde glas lekker zou worden. ‘Misschien heb je gelijk,’ zei ik.
En dus vertelde ik dat mijn ideeën klein beginnen. Met een gedachte, of iets dat ik hoor of lees. Als iets mij triggert, schrijf ik het ergens op. In een notitieboekje of in mijn telefoon. En dan laat ik het rusten. En zo verzamel ik allerlei flarden. Blijft een idee doorzeuren, dan ga ik ermee aan de slag.
Inmiddels heb ik een aardige verzameling gedachten waar ik iets mee kan. Geen verhalen, geen scènes – hooguit vijf regels tekst.
Vijfenzeventig tot honderd woorden, die zich met een beetje geluk en veel werk laten vermenigvuldigen met duizend.
‘Maar je verhalen zijn fictief, verzonnen. Hoe doe je dat?’ vroeg Ton, mijn gesprekspartner.
Ik dacht kort na over de juiste woorden. ‘In het geval van mijn nieuwe boek, laat ik mijn hoofdpersoon andere keuzes maken dan ik heb gedaan.’
Ton keek me aandachtig aan. Hij zweeg.
Ik heb een goed leven. Ik groeide op in een fijn gezin en heb nu een eigen gezin waar ik trots op ben: twee dochters, en al meer dan twintig jaar samen met de liefde van mijn leven. De keuzes die mijn vriendin en ik samen hebben gemaakt, hebben vrijwel altijd goed uitgepakt. We hebben het prima, wonen leuk en nou ja… je snapt het.
Voor mijn tweede boek zette ik mijn hoofdpersoon en mijzelf naast elkaar.
In gedachten stonden wij samen op een kruispunt – een keuze. Waar ik voor A koos in het echte leven, liet ik hem voor B kiezen.
‘Tot op het volgende kruispunt,’ zei ik tegen hem. Ik ben er namelijk van overtuigd dat bepaalde keuzes tot hetzelfde eindpunt leiden, alleen de weg naar dat eindpunt is anders. En dus schreef ik over de hobbels die ik nooit ervaren heb, maar Will – mijn hoofdpersoon – wel.
Er volgde een nieuwe keuze. Als dit echt zou zijn, dan had ik misschien wel jaren op Will staan wachten, maar dat is het mooie van schrijven; alles gebeurt wanneer ik het wil. En dus stonden we samen bij de volgende vertakking.
‘Ik zie je straks.’
‘Ben je een beetje lief voor me?’ vroeg Will nog.
‘Dat ligt eraan welke keuzes het leven voor je maakt, Will,’ zei ik.
‘Alles is waar, behalve wat ik heb verzonnen.’
Ik draai hem om. Alles is verzonnen, maar het had de waarheid kunnen zijn.
-Marko-




Ha Marko,
Leuk om je nu ook digitaal te volgen, en niet alleen wanneer ik je tegenkom bij het uitlaten van jullie hond. Hoe heet ze ook alweer? Het is een zij, toch?
Ik vraag me af wat zij ervan vindt. Ze loopt met je mee, observeert de omgeving en zorgt dat je geen vervelende mensen tegenkomt ; ) Ze brengt rust in jullie wandeling, zodat je kunt luisteren naar je favoriete muziek, jouw inspiratiebron.
Geduldig wacht ze op het juiste moment voor een grote boodschap. Soms heeft dat nu eenmaal prioriteit, soms ook niet.
Later op de avond, als het stil is in huis, ligt ze aan je voeten terwijl je schrijft. Tevreden, haar bijdrage voor vandaag geleverd. Ze luistert naar Diamond Dogs van Bowie. In haar droom speelt ze een rol in jouw nieuwe boek.
Ton