Deze week kwam ik op Instagram langs een post van Hart vol Verhalen. Hierin vraagt Stephanie of wij – de lezers van de post – weleens een break nemen van social media of onze telefoon. Ik voelde me direct aangesproken, omdat ik een tijdje terug had bedacht dat het allemaal wel wat minder kon.
Voor mijn werk zit ik sowieso veel achter een scherm. Na het avondeten laat ik onze hond uit en daarna laat ik me in de hoek van de bank vallen. Mijn verkering kijkt dan vaak naar het nieuws, waar ik op mijn nieuws app allang over heb gelezen. Meestal is dat het moment dat mijn telefoon tevoorschijn komt en ik doelloos door social media heen glijd tot onze dochters naar beneden komen.
Van dat scrollen werd ik stiekem best een beetje moe en dus besloot ik het om voortaan niet mijn telefoon, maar mijn e-reader te pakken. (Oké… nog steeds een scherm, maar het gaat om het idee.) En dus lees ik sinds een paar weken ook vroeg op de avond, in plaats van net voordat ik ga slapen. Het bevalt me prima.
Het liefste lees ik klassiekers en dan heb ik een voorkeur voor psychologische literatuur. Boeken waarin de mens belangrijker is dan het plot. Waarin personages observeren en reflecteren, en waarin morele of existentiële thema’s worden besproken. Klinkt zwaar en soms is dat het ook.
Als schrijver lees ik klassiekers niet alleen als lezer. Natuurlijk, ik laat me meevoeren door het verhaal, door de sfeer, door een personage dat me soms dagenlang bijblijft. Maar ergens tijdens het lezen gebeurt er nog iets anders: ik kijk mee over de schouder van de schrijver.
In boeken als The Bell Jar, The Great Gatsby en Les Misérables zit iets dat verder gaat dan alleen maar een goed verhaal. Ze laten zien hoe literatuur werkt. Hoe een personage langzaam vorm krijgt (of juist langzaam afglijdt) via gedachten en observaties. Hoe een eenvoudig beeld – een lamp, een droom, een herinnering – ongemerkt een heel thema kan dragen.
Soms valt ook juist op wat er níet gebeurt. In sommige klassiekers gebeurt er bijna niets en toch blijf je lezen. Dat is misschien wel de grootste les: spanning ontstaat niet alleen door gebeurtenissen, maar door de manier waarop een schrijver naar de wereld kijkt.
Voor mij zijn klassiekers daarom een soort stille leermeesters. Terwijl ik lees, leer ik. Over ritme, over toon, over hoe een roman groter kan voelen dan het verhaal dat op papier staat. En misschien nog belangrijker: ze laten zien dat literatuur zelden ontstaat door netjes de regels te volgen.
Juist de boeken die blijven bestaan, zijn vaak de boeken waarin een schrijver het net even anders durfde te doen. Laat ik dat nu zelf ook graag doen…
Welke klassiekers raad jij me aan?
-Marko-



