‘Goede vraag,’ was mijn standaard antwoord, ‘omdat het moet?’
Drie woorden met een diepe filosofische inslag, maar ook een hoop onzin. Ik sprak die woorden keer op keer uit. Bovendien stelde ik een wedervraag en gaf ik geen antwoord. En dat had één hele simpele reden:
Ik schaamde me.
Het uitgeven van een boek voelde voor mij als iets heel kwetsbaars. Alsof ik een geheim van mezelf vrijgaf en ik bang was voor de reactie van de vraagsteller. De vraag ‘Waarom schrijf je eigenlijk?’ klonk voor mij namelijk anders. Het klonk alsof ik mezelf moest verdedigen en uitleg moest geven over mijn beweegreden. De stem die de vraag in mijn gedachten herhaalde was altijd die van mezelf. De goedbedoelde vraag klonk voor mij als:
‘Ik wist niet dat jij zo creatief was.’
‘Waarom doe je dat?’
‘Waarom denk jij dat jij dit platform verdient?’
‘Hoe haal jij het in je hoofd om te denken dat jij bestaansrecht hebt als schrijver?’
Inmiddels weet ik – dankzij de prachtige recensies en reacties – dat Dezelfde botten wel degelijk bestaansrecht heeft, en ik daarmee ook. Mijn onzekerheid heeft plaatsgemaakt voor trots. En dus kan ik nu ook oprecht antwoord geven op de gestelde vraag, zonder argwaan, angst of schaamte.
‘Omdat ik het leuk vind.’
Dat is het. Sommige mensen schrijven omdat ze het gevoel hebben dat het een essentieel onderdeel is van hun bestaan. Dat kan natuurlijk, maar voor mij voelt dat anders. Ik schrijf omdat ik het proces heel leuk vind en omdat dit – in deze periode van mijn leven – blijkbaar de creatieve uitlaatklep is die ik nodig heb. Anders dan met andere vormen die ik ooit heb gebruikt, hoop ik dat dit vuur voor extreem lange tijd blijft branden.
Dat ik het proces leuk vind, komt vooral omdat in 2025 het kwartje viel. Ik liep daarvoor al bijna vijf jaar tegen een muur op. Ik schreef, ik las, ik wiste en stopte uiteindelijk weer voor een langere periode met schrijven. Pas toen ik besloot om korte verhalen te schrijven, ontsprong er in mij een vuur dat inmiddels tot een behoorlijk grote brand gerekend kan worden. Anderen zouden het omschrijven als een heilig vuur dat brandt.
Ik vind dat ook goed, zolang het maar niet dooft.
Ik schrijf dus niet vanuit een essentie, maar vanuit het gevoel dat ik het geweldig vind om iets te creëren. Woorden die zinnen worden, die uiteindelijk een boek vormen. Een personage dat geboren wordt op papier, die door een fictief dorp loopt en ondertussen iets meemaakt waarvan ik ook geen idee heb hoe het vormt.
Dát vind ik leuk. En daarom schrijf ik.
Woorden, zinnen, alinea’s, pagina’s, boeken.
‘Waarom schrijf je eigenlijk?’
Geweldige vraag.




Dat is de spirit! Ik ben super trots op jou… We wisten al dat je het kon. Vanuit je cocon werd je een rups en nu een prachtige vlinder!