Een tijdje terug postte ik dat ik genomineerd was voor Boekgoud, een boekprijs die wordt georganiseerd door mijn uitgeverij Boekscout. Zowel de publieksprijs als de vakjuryprijs kunnen gewonnen worden door iedereen die in het vorige jaar – in dit geval 2025 – een boek heeft uitgebracht.
Voor de publieksprijs moest ik echter zelf aan de bak. Dat betekent: roepen dat je genomineerd ben en hopen dat mensen dan ook daadwerkelijk gaan stemmen. Als ik eerlijk ben, dan wist ik eigenlijk dat deze prijs aan mijn neus voorbij zou gaan. Een snelle rekensom m.b.t. het aantal volgers op de socials x het gemiddelde percentage dat daadwerkelijk zou gaan stemmen, maakte dat ik al snel doorhad dat ik online ’te klein’ ben om kans te maken.
Dat de vakjury mijn boek zou gaan beoordelen, dat was al duidelijk toen ik mijn contract tekende – iedereen maakte kans op de vakjuryprijs, zoals ik al zei. En dat is natuurlijk ook wel eerlijk, want elke schrijver heeft hard gewerkt om zijn of haar boek uit te laten geven. En toen kwamen de nominaties.
In een paar leuke filmpjes werden de genomineerden bekend gemaakt. Ik keek ze en hoopte dat mijn cover tevoorschijn zou komen. Dat één van de dames van Boekscout zou zeggen: ‘De verhalenbundel van Marko de Jong is natuurlijk één van de genomineerden.’
Maar dat zeiden ze niet.
Ze zeiden het over een ander, maar niet over mij. En dat deed wel iets… Ik zag mezelf al op een podium staan om de eerste prijs te ontvangen.
Nu moet je niet denken dat ik boos of heftig teleurgesteld was, want dat is niet zo. Mijn reis als schrijver wordt niet gedefinieerd of ik Boekgoud wel of niet win, maar het had wel leuk geweest.
Maar het deed wel iets en dat komt – zo besef ik nu – vooral omdat ik gewoon ontzettend trots ben op mijn boek.
In die zin lijkt het, ver weg, op het hebben van een kind; niemand wil zijn zoon of dochter alleen op het schoolplein zien staan.
Maar mijn boek stond alleen, leunend tegen de schoolmuur, te kijken naar hoe andere boeken de ruimte kregen om te shinen. En die van mij mocht niet meedoen.
Het winnen van Boekgoud is natuurlijk nooit een doel op zichzelf geweest.
Ik wilde een boek schrijven en dat is gelukt.
Ik wilde een boek op de markt brengen en dat is gelukt.
En ik wilde dat lezers het zouden waarderen. Dat is meer dan gelukt.
Wat nu rest, is niets meer dan trots.
Als ik al die lovende reviews lees, dan denk ik: ja, man… dit wilde je.
Of toen iemand tegen me zei: ‘Je verhaal over omgaan met rouw… dat deed iets met mij.’ Dáár kan geen enkele prijs tegenop.
Dat is de prijs die ik wilde winnen. En dat neemt niemand van mij af.
Niet gewonnen, toch gewonnen.



